16-08-2010 Monetaire stimulans geen gevaar voor economie
Monetair stimuleren van de economie is niet zo gevaarlijk als het lijkt
De economie heeft nog altijd een steun in de rug nodig. Overheden durven na Griekenland niet meer fiscaal te stimuleren, nu zij zich bewust zijn van de keiharde tucht van de kapitaalmarkt. Blijft monetair stimuleren over. De rente laag houden en geld bijdrukken; kan dat ongestraft doorgaan?
Als de economische groei stagneert, hebben de autoriteiten twee instrumenten in handen om de groei een positieve impuls te geven: monetair en fiscaal beleid. Beiden zijn tot op heden ingezet. Fiscaal zijn allerlei vormen van subsidies ingezet zoals de autosloopregeling (cash for clunkers in de VS), subsidies voor starters op de woningmarkt, versoepelde regels voor werktijdverkorting en, last but not least, kapitaalinjecties en overheidsgaranties voor financiële instellingen.
Omdat in een recessie overheidstekorten sowieso oplopen (door bijvoorbeeld meer uitgaven aan sociale uitkeringen in combinatie met minder belastinginkomsten uit loonbelasting en BTW), hebben de additionele fiscale maatregelen tot een oplopend begrotingstekort geleid.
Deze moeten gefinancieerd worden op de kapitaalmarkt. En dat deze markt oplopende begrotingstekorten afstraft, is meer dan duidelijk geworden toen Griekenland alleen tegen torenhoge rente geld kon lenen.
Grens bereikt
Ook monetair is fors gestimuleerd door de officiële rentetarieven sterk te verlagen. Inmiddels is de rente tot bijna nul gedaald. De kredietverlening komt slechts mondjesmaat op gang. Centrale banken zijn daarom overgegaan tot zogeheten quantitative easing, wat neerkomt op het vergroten van de hoeveelheid geld in omloop.
Bij fiscaal stimuleren is de grens bereikt doordat, zeker na Griekenland, evident is dat verder stimuleren averechts werkt. Hoe zit het met monetair stimuleren? Sommigen waarschuwen voor de kosten en wijzen op een aantal gevaren:
Weinig kans op bubbels
Zij die op de gevaren wijzen hebben in algemene zin een punt. Bij de huidige stand van zaken is de kans dat de genoemde gevaren bedreigend zijn echter zeer beperkt. Allereerst misallocatie: met de mogelijke uitzondering van China is de kans op oververhitting op vastgoedmarkten vrijwel nihil. De Amerikanen kunnen alleen maar dromen van een beetje opwaartse druk op de huizenprijzen.
Meer in het algemeen, is de kans op bubbels op dit moment niet groot. Zelfs vermeende mini-bubbels in grondstoffen of aandelen zijn recent, ondanks de voortgaande monetaire stimulering, leeggelopen. Het derde gevaar is deels bedreigend. Sommige overheden hebben enig opportunisme aan de dag gelegd en zijn korter gaan lenen.
Het belangrijkste gevaar schuilt in de Amerikaanse overheid. Daar staat bijvoorbeeld tegenover dat sommige overheden gewoon standvastig voor een groot deel obligaties blijven uitschrijven met langere looptijden. De Engelse overheid is een goed voorbeeld. Het grootste gevaar van een plotseling oplopen van rentetarieven bestaat bij instanties die zich traditioneel kort financieren: banken.
Deflatie groter risico dan inflatie
Maar hoe groot is nu de kans dat banken in de problemen komen doordat de rente (en dus de inflatie) sterk gaat oplopen? Voorlopig is deflatie een veel groter gevaar dan inflatie. Daarom is het verstandig om monetair te blijven stimuleren. Nu het Japan-scenario riskeren om een mogelijk risico op inflatie op de lange termijn te voorkomen is geen goede beslissing.
Voor beleggers is dit goed nieuws: de lage rente betekent een forse steun voor de koersvorming op de kapitaalmarkt.
